is toegevoegd aan uw favorieten.

Niemands lieveling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

zoons ook niet van de Grac—cheu—, of hoe heeten ze ook weer, die allen op hun schilden werden te huis gebracht, je weet wel," vervolgde Althéa een beetje onbestemd, want ze raakte met haar oude Geschiedenis een weinig in de war.

„Wie zegt, dat ik geluisterd heb!" riep de kleine jongen een beetje verdrietig, „en wat kunnen me die ouwe Romeinsche suffers schelen, die op een schild naar huis werden gedragen! 't Zou beter geweest zijn, als ze hadden geloopen. Schei er nu uit, Althéa, of ik zeg je geen woord, en je zou het wat graag willen weten; 't is het grootste nieuws, dat je in je leven ooit gehoord hebt, dat kan 'k je verzekeren!"

„Voor den dag er mee," zei Charley, „we luisteren allemaal."

„Nu dan; ik was in den salon en keek in dat mooie, groote boek met verhalen, dat vader me laatst op mijn verjaardag heeft gegeven. Moeder lag op de canapé en vader zat naast haar; ze hadden een heelen tijd samen gepraat, maar ik had er niet op gelet wat ze spraken, toen vader ineens hardop zei: „Ik zeg je, vrouw, er blijft ons niets anders over dan armoede, armoede; ik kan het niet langer houden." Hier keek Paul den kring eens rond. om te zien, welk een effect zijn nieuws maakte.

Charley wierp het hoofd achterover en lachte.

„Wel, die woorden heb ik al gehoord, zoolang me heugt. Vader zegt altijd, dat hij op weg is om arm te worden, maar je ziet, dat er nooit wat van komt!"

„Neen!" riep nu Phil verdrietig, „daar komt nooit wat van en dat is jammer genoeg. Ik hoopte altijd, dat er wat van aan was, en dat we arm zouden worden, heelemaal