is toegevoegd aan uw favorieten.

Niemands lieveling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.91

verbeelden in een ander huis te wonen dan dit, waarin zij allen waren geboren.

„Ja," ging Paul voort, „en vader zei: ,en je weet, vrouw, dat ik in het koude, wreede voorstel van oom Thornton moet toestemmen, of je allen op straat zal zien zetten!'"

„Het begint nu iets van een sprookje te krijgen," zei Althéa bij zich zelve en ging in een aandachtige houding zitten luisteren. „De wreede oom komt nu op het tooneel, Charley, heb jij ooit van een oom Thornton gehoord?"

„Nooit!" riep Charley. En tot Paul zei hij: „Ga dan toch door, jongen?"

„Toen maakte vader een brief open en las. Ik kan me natuurlijk niet alles herinneren, maar het was iets heel leelijks en erg beleedigend voor vader. Er stond o.a. in, dat vader al de moeilijkheden, waarin hij geraakt was, aan zich zeiven had te wijten. Daar vader nu evenwel eenmaal met zulk een mooie familie zat (maar „mooie" stond er niet, dat begrijp je) en werkelijk geen dak had boven het hoofd van zijn kinderen, konden we allemaal in een oud huis van hem trekken, dat kort bij zijn buiten stond; maar hij hoopte, dat we hem niet te veel in den weg zouden loopen, want hij had een hekel aan verarmde familie-betrekkingen."

„Ik zal dien ouden leelijkerd op zijn gezicht turven," riep Phil, rood van kwaadheid en onwillekeurig de houding aannemende van iemand, die boksen wil, „wie is er tot armoede vervallen?" zou ik willen vragen. Althéa schudde haar schoone trotsche hoofd en zelfs de goedhartige Charley zag boos van verontwaardiging; alleen Madge zei met een bedroefd stemmetje: „Ach, die arme mama, die lieve mama, wat zeide zij wel?"