is toegevoegd aan uw favorieten.

Het nest van den sperwer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

zoowel bij zijne vurige liefdes-betuigingen, als wanneer hij aan zijn onbeheerschten hartstocht den vrijen teugel liet. Wie een man werkelijk liefheeft, kent die aandoeningen niet, want de echte liefde vertrouwt, en sluit de benauwde vrees uit."

In een anderen brief van hare hand lezen wij nog: „Zoo menigmaal ik door de boschjes ging, voor een afgesproken ontmoeting, altijd voelde ik een zekeren angst en benauwde mij de stille vraag, wat hij wel zou zeggen, als hij mij zag — en of hij zou knorren, verwijten of mogelijk uitvaren."

Wat haar hart voor hem voelde, laat zich het best vergelijken bij de natuurlijke, roerende vrees van een kind tegenover een gestrengen en toch geliefden vader.

Gewantrouwd had zij hem nooit misschien wel,

omdat zij hem, van wege de duisternis hunner avondontmoetingen, nooit duidelijk had kunnen aanschouwen, nooit in zijne oogen had kunnen lezen. Zijn gezicht kon zij zich onmogelijk voorstellen, verborgen als het ook was door zijn zwaren snor, zijn overhangende pruik en het verband over zijn linker oog. Voor hare verbeelding, wat moeite zij zich ook gaf om die te verscherpen, was hij slechts een onduidelijk schaduwbeeld. Niet op den man, dien zij nooit had gezien, op een schaduw was zij verliefd geweest en dat in ... heimelijke vrees.

Toen zij nog een baby was, stierf haar moeder. Haar vader sneuvelde in den slag van Naseby, die door Koning Karei tegen de Puriteinen onder Cromwell werd verloren.

Als wees en eenig kind bleef Sue achter, onderwijl de binnenlandsche oorlog hare nabestaanden en vrienden verstrooide. Sommigen weken uit naar het vasteland, anderen vluchtten naar de voorvaderlijke goederen — verarmd door plundering en verbeurdverklaring — vervolgd door spionnen — wachtende op eene gelegenheid tot weerwraak, die zoo bitter lang uitbleef.

Eerst — ondanks haar rijkdom, en misschien wel om hare millioenen — her en derwaarts meegenomen was haar door Cromwell's bemoeiing, Sir Marmaduke ^eindelijk als voogd toegewezen, op wiens landgoed Acol