is toegevoegd aan je favorieten.

Vertellingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

Moeder schrikte er even van. Daar had zij zoo gauw nog niet aan gedacht. „Dat 's waar," zei ze. „Em mag niet in huis blijven, hè, voor de besmetting. We zullen haar maar naar Moeder sturen, vind je ook niet? Kun je haar morgen even brengen?"

Vader trok een bedenkelijk gezicht. „Hoor eens," zei hij, „je moet niet vergeten, dat het minstens voor een week of zes is. Dan zou zij al dien tijd de school moeten verzuimen. En wij kunnen haar geen enkel keertje zien. Dx hield haar veel liever hier in de stad."

„Ja maar," zei Moeder, „we kennen hier toch niemand, aan wie we zoo iets zouden kunnen vragen." En ze ging in gedachten de heele rij van haar kennissen langs.

„Ik dacht zoo," begon Vader aarzelend, „als we 't eens aan tante Sofle vroegen?"

„Tante Sofle!" herhaalde Moeder. „Maar man, waar scheelt het je? Daar verkwijnt het arme schaap. En die zal je ook bedanken, dat doet ze nooit."

't Scheen wel,, of Moeder al gerustgesteld werd bij de gedachte, dat tante Sofle „het nooit zou doen." Maar Vader was het niet eens.

„Hoor eens," hield hij vol, „zooveel keus hebben wij niet. Tante Sofle is 't eenige familielid, dat wij hier in de stad hebben. En ze is, met al haar eigenaardigheden, een brave vrouw. Ze zal zoo goed voor 'tkind zorgen, als ze kan. En dan kan Em op school blijven en wij kunnen haar af en toe zien. Zal ik er maar niet even heen gaan, en 't Tante vragen?"

Moeder zuchtte. Zij zag zelf ook geen beteren uitweg. „Als 't dan moet," zei ze, „dan maar dadelijk. Dan