is toegevoegd aan uw favorieten.

Riccardo de geitenhoeder

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

119

verzoeking, maar verlos ons van den booze," had Mevrouw Howe. hem leeren bidden. Hij was niet in de verzoeking geleid, hij had die zelf opgezocht en gewild. En nu, nu hij de daad had volvoerd, nu was hij er in eens niet zoo heel zeker meer van, dat mijnheer Volmar het zou goedkeuren. Het scheen Riccardo toe, dat van uit de omringende duisternis het bleeke gelaat met de ernstige oogen van zijn vriend hem

aanstaarde, met stil verwijt in den blik. Maar nu

kon hij niet meer terug, nu was er niets meer aan te veranderen, waar zou hij anders heen moeten? Toen kwam weer flauw de hoop in hem op, dat mijnheer Volmar het misschien toch niet zoo heel erg zou vinden, 't Was de stroohalm, waaraan hij zich van den beginne af had vastgeklemd, omdat mijnheer niet tot de Roomsche Kerk behoorde en ook liever niet had gezien, dat hij bij den pastoor in huis was gekomen.

Zoo tobbend en peinzend was hij in slaap geraakt. Nog e'en gedachte had hem vaag gerustgesteld. Dat was, dat zijn gastheer hem. den volgenden dag den weg zou wijzen naar de straat, waar hij zijn vriend zou vinden. Hij behoefde dus niet door de stad te zwerven, door die groote, woelige, vreemde stad, waar hij zoo lang begeerd had te zijn.