is toegevoegd aan uw favorieten.

Esther Haddassa of Voor een distel een mirt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113

ernstig, „vermag mijn hulp en kunst niets, zuster. Daarvoor is Iemand anders noodig. Hij kan daarin voorzien. Maar ook Hij alleen kan dat doen. Doch ik denk, dat zuster Esther Hem niet kent, is het wel?"

„Ik sprak juist over Hem," sprak zuster Amalia zacht, „en ik wees haar den weg. Maar"

„Zij heeft den weg nog niet betreden," vulde de dokter aan. „En toch, zuster," ging hij voort, „en toch is het de eenige weg, die tot vrede en kracht leidt. Ge moet u begeven tot den grooten Medicijnmeester, ook mijn Hoofd en mijn Heer, wiens leerling en assistent ik slechts ben. Hij kan u helpen in dezen ; niet ik, noch iemand anders. Wel kan ik u op den weg helpen tot Hem heen en u een recept voorschrijven. Wilt gij dat van mij aannemen, en het dan ook beproeven? Zie," en hierbij wees hij op zuster Amalia's Bijbel, „dit is het geneesmiddel. Ik zal er u een zenden."

Nog dienzelfden avond nam dokter Keizer uit zijn boekenkast een Bijbel en schreef op het schutblad met kloeke, duidelijke letters: „Onderzoek de Schriften ; want die zijn het, die van Mij getuigen." Daarna pakte hij het kostelijke boek zorgvuldig in en voorzag het van Esthers adres. „Morgen zal ik het haar zenden," fluisterde hij.

En toen hij den dag besloot met aan den grooten Meester zijn kranken op te dragen, toen voegde hij Esther toe aan hun getal. Diep gevoelde hij zijn zwakheid en daarom stelde hij, dien de menschen een

Esther Haddassa 8