is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Pool tot Pool

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

doodsteek; dan zuigt hij zich vast in de zachte deelen van het slachtoffer en verbrijzelt de harde met zijn kaken.

De jonge schorpioenen komen levend ter wereld en gelijken van den eersten dag af op de oude; ze zijn echter nog licht van kleur en zacht. Zij kruipen op den rug en langs de pooten der moeder, die intusschen steeds zwakker is geworden en verlaten haar pas na eenigen tijd als zij sterft. Tot de ergste vijanden der schorpioenen behooren zekere behaarde eveneens giftige spinnen, die in Perzië en Beloedsjistan, zeer vaak voorkomen.

De steken van groote schorpioenen zijn ook voor den mensch gevaarlijk. In sommige gevallen is de gestokene twaalf uur later onder ontzettende smarten gestorven. Andere krijgen krampen en koorts en lijden ijseüjke pijnen. Maar wie meermalen door schorpioenen wordt gestoken wordt ten slotte ongevoelig voor het gift Ik heb vaak in Aziatische hutten, in mijn tent, onder mijn bagage, en zelfs op mijn bed schorpioenen gevonden, ik ben er echter nooit door gestoken. Het is velen mijner bedienden wel gebeurd, en zij vertellen mij, dat het moeilijk is vast te stellen, waar de schorpioen heeft gestoken daar het gansche lichaam na den steek jeukt en brandt In Oost-Turkestan is men gewoon, den schorpioen, door welken men gestoken werd, te vangen, en tot een breiachtige massa fijn te maken, en deze zalf smeert men dan op de plek waar de angel ingedrongen is. Of de kuur helpt weet ik niet

Er wordt verteld, dat de vastberadenheid van een schorpioen zoover gaat, dat hij zelfmoord pleegt, als hij geen hoop op redding in levensgevaar vindt. Zoo moet hij, als men hem in een kring gloeiende kolen legt en hij vergeefs beproefd heeft er uit te komen, zijn giftangel in zijn eigen rug boren. Ik heb de proef dikwijls genomen, en telkens gezien, dat de schorpioen wel verscheidene keeren den kring rondliep en beproefde te ontkomen, maar dan heel verstandig in het midden bleef zitten. Misschien zeide hem zijn verstand, dat de kolen zouden afkoelen als hij zich tijd gaf. Maar voordat het zoover was, had een groote steen hem reeds verpletterd. Zeker is medelijden met dieren een schoone deugd, maar schorpioenen moet men verdelgen waar men ze ontmoet