is toegevoegd aan uw favorieten.

Alfer en Wala

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

"worteltje van grooter omvang in het vuur geworpen had, en weldra was de keuken ledig. Aser glimlachte, wierp nog wat van die worteltjes in het vuur en zag nu tot zijn blijdschap, dat ze zelfs zoo ver mogelijk van de keuken liepen, want de stank drong nu ook naar buiten.

Vlug wierp hij nu het zaad van eenige papaverbollen in een klein pannetje met water. Uit de zakken van de kaftan kwam een klein fleschje en hieruit gingen een paar droppels in het vocht. Spoedig verdikte het zich tot een brij. Hij deed die er uit, rolde er een paar balletjes van, stak die in den zak en liep nu met zijn medicamenten naar de zoogenaamde zieke, die voortging haar rol zoo natuurlijk te spelen, dat zelfs Aser begon te vreezen dat het geen spel, maar ernst was.

Zij keek hem echter even aan en die één blik van haar oogen was voldoende om Aser te overtuigen, dat het altijd nog maar spel was.

„Kind, licht mijns levens," begon hij terwijl hij haar het bittere -aftreksel toereikte, „drink hiervan en gij zult terstond vermindering van die vreeselijke kramp gevoelen."

Wala hield haar den beker voor den mond eh zonder het gelaat te vertrekken, slikte Hesther een mondvol van het bittere vocht in, en weldra riep ze uit: „Meer! Meer! O, de krampen gaan als door een wonder over."

„Neen, Hesther," sprak Aser. „Nu niet meer. Het is een heilzaam vocht, als men er bij tusschenpoozen van een uur een weinig van neemt, maar neemt men er te veel van, dan werkt het als vergif. Gaandeweg zullen de krampen verminderen, en eer het nacht is, zult gij volkomen hersteld zijn."

De vreugde over dat blijde bericht straalde nu uit Wala'sen Alfers oogen.

„Wel," vroeg de hoofdman, die nieuwsgierig binnentrad, „zouden de kruiden uw dochter helpen?"

„Ja, ja, hoofdman," antwoordde Aser. „Zie het gelaat van