is toegevoegd aan uw favorieten.

Frits Wardland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pom, Frits en Sam werden al spoedig dikke vrien* den, die steeds in elkanders gezelschap gevonden kon* den worden.

Op een van die tochtjes naar Bloemendorp waren ze bijna eens heel leelijk te pas gekomen, 't Gebeurde op een Woensdagmiddag. Om kwart voor twaalven waren zij van huis gegaan, want de les van Sam begon om een uur.

'tWas prachtig weer en het zonnetje scheen warm, bijna al te warm. Maar de weg van Tulpoord naar Bloemendorp had van de zon niet veel last, daar breedgetakte boomen hem geheel overschaduwden.

Sam had een pakje boeken onder den arm en een trommeltje met boterhammen aan een riem over den schouder. Pom en Frits waren besloten, hem tot Bloe* mendorp weg te brengen, 't Was een prachtige wande* ling, en de vogeltjes in het dichte hout zongen zoo vroolijk, dat de jongens er ook vroolijk van werden en lustig een lied deden weergalmen.

Opeens zei Sam:

„Kijkt jongens, ginds komt mijn vriend Langjas weer aan."

Inderdaad naderde op eenigen afstand een man, die wel den naam Langjas mocht dragen, want het klee* dingstuk, waaraan hij dien naam ontleende, hing hem tot bijna op de hielen neer. 't Was een zeer oude, gebrekkige man, die langzaam op twee krukken

111