is toegevoegd aan uw favorieten.

De H.B.S. tijd van Joop ter Heul

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

en wat zei, dan nam ik een nieuw hapje en knikte zegevierend. Ik kwam net voor de koffie beneden, en omdat het mooi weer was, zei Ma, dat ik de tondeldoos opmoest, 'k Had nog in mijn hart naar regen verlangd, maar die komt nooit, als het je goed zou uitkomen.

Om half twee kwam Pien me halen. Pien in een leuke, door een van haar zusters gefabriekte jas met een ingewikkelde borduursteek om den kraag en om de mouwen en ook op de ceintuur, die Pien heel nonchalant achternasleepte, want ze had vergeten hem dicht te maken. Pien komt altijd zoo genoegelijk een kamer binnen; ze denkt er heelemaal niet aan of haar hoed wel recht zit, of dat er misschien haren wapperen, nee, ze danste zoo fier mogelijk door een deur en op den drempel zong ze al: „Dag meneer, dag mevrouw, dag Julie, dag Kees, dag Joop."

Julie zei natuurlijk direct: „Je ceintuur hangt los."

„O dank je," zei Pien. „Ja, dat ding vergeet ik nogal ès." En ze sjorde hem heel stijf om haar middel, zoodat de mantel overal uitbobbelde, waar Ma en Julié allebei naar keken, 't Verwonderde me niets, dat Ma later beweerde, dat ze Piens mantel affreus vond en toen zei Pa: „Ze lijkt me een flinke meid. Ze heeft zoo'n open gezicht." Maar daar had Ma natuurlijk niet op gelet. Wel, dat haar voortanden afwijken.

Pien en ik gingen op sjouw, eerst naar een bloemenkelder, die Pien van hun dienstmeisje had opgekregen, en die razend goedkoop moest zijn. Want we wilden wat bloemen meenemen voor juffrouw Wijers. Ik had nog een kwartje over van mijn zakgeld, en Pien had twee en dertig cent. Pien zei, dat hun dienstmeisje zei, dat je in dien bloemenkelder voor vijftig cent een reuzebouquet kon krijgen, maar je moest wel erg afdingen. Nou, dat leek me wel leuk. We kwamen bij den kelder, die er nogal geheimzinnig uitzag. Je moest vier treden afdalen voor je bij de deur was; ik stelde me opeens voor, hoe hoog Julie haar neus