is toegevoegd aan uw favorieten.

Een half dozijntje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mag 't, Ma," vroeg Aad met een knipoogje naar zijn moeder, terwijl Lili al bezig was haar serviesje, dat in de serre stond, met den theedoek af te vegen.

„Ja, zeker mag 't. Als 't jongetje nu ook maar mag. Misschien heeft hij er geen lust in hier te komen," zei mevrouw van Heuvel en Jans voegde er bij, onder duchtig gesnor van de naaimachine een nieuwe spoel windend :

„Zoo'n kind vindt 't misschien dood-eng zoo onder vreemden."

„Hè, zou je dat denken," riep Lih uit de serre en haar stemmetje klonk zóó teleurgesteld, dat Jans terugkrabbelde :

„Nou dood-eng is misschien wat veel gezeid, maar ze kennen 't daarginds bij Wilmers wel èreis niet goed vinden."

„Och, loop ! Waarom niet ? Hij zal wat graag willen, anders zou hij niet zoo tegen ons gewuifd hebben. Kijk, daar komt hij aan met Roos," en Aad snelde de gang in. „Dag, leuk dat je er bent, hoor," verwelkomde hij gul den vreemden jongen en meteen duwde hij hem en Roosje de tuinkamer in.

„Kinderen, menschen, hier is hij nou !" begon Roos. „Hij heet Ru Holtman en hij is acht, dat is net zoo oud als Aad. Zijn ouders zijn op 't

88