is toegevoegd aan uw favorieten.

De A.F.C.-ers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hovy, Ben Terhey, Jan Stoop, Jacques Pinke... Wel verdraaid!... Mannus d'r niet bij ?

De adem stokte Eddy in z'n keel. Zou d'ie niet mee doen? Zou d'ie ziek wezen? Eddy durfde het bijna niet vragen, bang dat de Vitessers het zouden hooren.

Eindelijk vroeg hij:

„Zeg, Kees, is Mannus ziek?"

,,'k Weet niet!" zei Kees, die al even benauwd keek als zijn buurman.

Ze lieten de Vitessers schreeuwen, hoorden zelfs nauwelijks, wat er om hen heen geroepen werd; ze hadden slechts één gedachte: zou hij komen, of zou hij niet komen.

Als Mannus niet mee deed, dan was het mis, dan kon A. F. C. zich wel opschrijven, dan zouden Kees, Eddy, Tony en Piet hier, te midden van al die lamme Vitessers, hun club zien verhezen, op hun eigen veld. Zij staarden onafgebroken naar die bekende plek naast de tribune, waar hij vandaan moest komen.

Toen, ineens, 'n zucht van verlichting... Daar was-ie!

„Hoera! Hup, Mannus! Hoera, Mannus!" en plots werd het overgenomen en klonk het donderend als een oorlogskreet langs de lijntjes en op de tribune:

„Hup, Mannus! Hoera, Mannus!"

Het gezicht van hun beroemden voorwaarts gaf allen A. F. C-ers moed en deed voor een oogenblik zelfs de Vitesse-supporters verstommen.

En toen, zeker van de overwinning, keerden Kees en Eddy zich om en riepen triomfantelijk:

En Vitesse gaat op de fleschl Reken maar van yes !

De Vitessers wilden terughoonen, maar zwegen... De scheidsrechter bracht de fluit naar zijn mond. Een oogenblik was het hoorbaar stil op het groote

io6