is toegevoegd aan uw favorieten.

De schipbreuk van de "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 86 —

en vazen, dakpannen en pinkpillen, knevelpommade en portretlijstjes, kopjes van kinderpoppen en kaas, passers en oliegoed, chocolade en verfkwasten.

Dat was nu, naar de Noor vertelde, een zoogenaamde „landhandlerei," zooals er op elk der bewoonde eilanden of eilandengroepen minstens één is. De landhandler moet tegen door de overheid bepaalde prijzen bepaalde artikelen verkoopen. Steeds ook moet zoo'n landhandler een slaapvertrek hebben voor reizigers, zoodat hij tegelijk logementhouder is.

„Ja," vertelde de Noor verder, „zulke maatregelen zijn wel noodig om het leven op deze verspreide eilanden mogelijk te maken. Zoo zijn er ook reizende scholen, dat wil zeggen onderwijzers, die met hun leermiddelen nu eens hier, dan weer elders eenige maanden vertoeven en telkens weder terugkeeren. Zij hebben een eigenaardig, zwervend leven. Wat het reizen te land betreft, dit is al zeer moeilijk hier in Noorwegen, daar er bijna geen spoorwegen zijn. Men heeft nu boerehoeven, die meestal ook wel een of meer logeerkamers voor reizigers hebben, waarop de verplichting rust tegen een vast tarief de reizigers per rijtuig (meestal een soort stoelkar) te vervoeren naar de volgende hoeve, waarop dezelfde verplichting rust. Zulke huizen noemt men „Skydsstationen." Er zijn ook zulke „Skydsstationen" voor het verkeer te water. Daar heeft men dan booten om de reizigers naar het volgende station te vervoeren."

Frits luisterde met open mond naar deze verhalen over het leven in dat barre land.

Terwijl zij stonden te praten, waren reeds eenige menschen, bewoners van het eiland, gekomen om naar het vreemde vaartuig, dat van zoo verre kwam, te zien,