is toegevoegd aan uw favorieten.

Tyl Uilenspiegel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

117

Maar Tyl Uilenspiegel hield zich, alsof hij er geen ooren naar had.

Toen gooide zijn beschermheer 'tover een anderen boeg. Hij begon hem uit te lachen en te bespotten. Nu, daar ton Tyl niet al te best tegen, zooals we vroeger reeds hebben gezien.

Hij zei niets, ging naar een vrouw, die met aardewerk op de markt zat en sprak stilletjes wat met haar af. Daarop begaf hij zich weer naar zijn voornamen vriend en gedroeg zich heel afgemeten en bedaard, zooals 't een rustigen burger betaamt.

Deze lachte hem weer uit.

Toen zei Tyl: „gaat u eens met mij mee naar de markt. Daar zit een vrouw, die aardewerk te koop heeft. Nu wil ik met u om een mooi ding wedden, dat zn, zonder eenig woord van mij, zal opstaan om al hare potten en pannen stuk te slaan. Door stille tooverij zal ik haar daartoe brengen."

„Dat zou ik wel eens willen zien," sprak de ander ongeloovig en ging op de weddenschap in. Als 'tzoó zou gebeuren, als Uilenspiegel zei, zou hij hem dertig gulden geven; aldus kwamen zij overeen.

Zij stapten er maar dadehjk op af. Uüenspiegel wees hem de vrouw aan en vergezelde hem toen naar 't raadhuis.

Zij stonden beiden op de hooge stoep. Uüenspiegel maakte aüerlei maüe grimassen, zoogenaamd om de vrouw te betooveren. Eindelijk gaf hij haar 't afgesproken teeken. Toen stond zij op en sloeg al haar koopwaar met een (likken stok aan scherven.