is toegevoegd aan je favorieten.

Twee Robinson's en andere verhalen voor onze jongens en meisjes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

bij: „Gauw de achterkamer in, waar alles tot jelui versterking eereed staat."

Hendrik en Karei lieten zich nu niet verder noodigen. Onmiddellijk daarop deden zij dan ook het „tafeltje welbereid" alle eer aan.

Nog ijverig kauwend, wendde nlotselins? Hendrik zijn hoofd naar 't raam en rieo: „Zeg Karei, daar komt Jochem warempel al aan! Hoe jammer, ik had nog zoo gaarne een cotelette opgepeuzeld."

„Doe dat, Hendrik. Moe zal den koetsier in de keuken nog wel wat opscheppen. En dan moet Jochem toch ook nog onze bagage op 't rijtuig laden!"

Intusschen was het lichte wagentje voor het huis aangeland. Een luid knallen met de zweep noodigde de iongeheeren uit, in den wagen plaats te nemen. In 't zelfde oogenblik kwam echter de dienstbode aan de voordeur, met de vraag, of Jochem niet in de keuken wilde komen om zijn maag te sterken.

Daaraan kon die brave Jochem geen weerstand bi 3den. Snel sprong hij van den wagen en bond de teugels aan een kastanjeboom voor het huis. Toen volgde hij Antie in huis.

Een half uur later rolde het wagentje met zijn overgelukkigen inhoud het landstadie uit. Jochem zat zoo trotsch als een graaf op den bok. Met de armen over de borst geslagen, hield hij eene sterk dampende sigaar in den mond. Hendrik mocht de teugels houden. Volgens afspraak mocht op de helft van den weg zijn vriend zich ook dat genot gunnen.

De tijd verliep voor onze jongens als in een oogwenk. Vóór zij er op bedacht waren, hield de wagen voor de heerenboerderij van Hendrik's vader stil. Hartelijk werden zij daar door vader, moeder en twee jongere zusjes verwelkomd. Voor echter 't geheele gezelschap daarop het huis binnentrad, kwam er nog van allerlei