Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

„Och, zie- je, mijnheer heeft gevraagd of ik het jong èen eind tegemoet wou gaan. Hij is hier totaal vreemd natuurlijk."

„Ken jij dien jongen dan?"

„Net zoo min als jij."

„En hoe kunnen wij dan weten ... ?"

„O, dat loopt wel los. Je kent een nieuwe altijd aan zijn nieuwbakken gezicht."

„Ja, dat is zoo en woont die jongen in Sparwijk ? Ook een buitenkansje voor hem, als hij meer gewoon is."

„Ja, wonen doet hij er eigenlijk niet. Hij is bij den notaris in huis."

„Zoo? Dan is het vast een heele mijnheer! Bij den notaris! 't Is me geen kleinigheid! Komt hij uit de een of andere stad ?"

„Uit Den Haag, geloof ik."

„Toe maar! Je zou zeggen, wat doet zoo'n stadsmijnheertje hier in onze negorij ?

„Ja, het rechte weet ik er ook niet van, maar hij komt morgen en ik zou hem afhalen. De rest zal wel volgen. Dus, je gaat mee?"

Sluiten