is toegevoegd aan uw favorieten.

Van drie jongens en een vrijen zaterdag

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

Wij begonnen dus met de kreukels op te rapen en in onze zakdoeken te bergen; maar al gauw zagen we, dat er hier te weinig waren en 't rapen de moeite niet loonde, 't Zou op die manier ook te laat worden.

„Laten we liever doorloopen," stelde Jacob van den schipper voor. ,,'k Moet om twaalf uur thuis zijn. Vader is binnen."

Hij bedoelde, dat zijri vader met het beurtschip thuis bij den wal en niet in Rotterdam lag; wat beteekende, dat hij meer dan anders op zijn tijd te passen had. Want de schipper was niet gemakkelijk en bijzonder op orde en regel gesteld.

Maar ik moest evenzeer om twaalf uur thuis zijn; want dat was ook bij ons de etensklok. Wat Jacob van den dominee betreft, die had op dien tijd aan de koffietafel present te wezen; het middagmaal werd bij den dominee eerst te vijf uur gebruikt.

Wij lieten onze kreukels of alikruiken in den steek en wierpen de enkele, die we reeds gevonden hadden, weer weg. Ook wat we nog meer tusschen de steenen en in het gras aan den dijkvoet zagen, lieten we liggen. Groote blaaswieren, die gedroogd zoo aardig knapten, als men er op trapte; leege eierschalen van de rog, die op vierkante leeren zakjes leken, met draden aan de vier hoeken; aan land gespoelde zeekwallen, die in de zon spoedig verdroogden tot een hoopje slijm, zeesterren, die vreemde dieren, waarvan het lichaam uit vijf stralen als een ster bestaat: we liepen het alles voorbij, omdat het ons, die zoo dikwijls het Scheldestrand bezochten, gewoon en bekend voorkwam. Ook de witte schelpen van allerlei grootte en vorm, die op het droog-