Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4«5

ik Koning Philips den baard zou afbranden, en ik heb het gedaan. Wij hadden nog wel meer kunnen doen, als Hare Genadige Majesteit het maar had toegestaan. Maar eene vrouw is eene vrouw, koningin of geen koningin, mijn jongen, en dat is geen verraad, is het wel, Hawkins?»

»Ik wilde toch dat wij meer kruit hadden, Drake» antwoordde de admiraal.

»Ja, ja« zeide Drake zuchtend. »Maar wij hebben ons best gedaan. Bovendien, wij hebben genoeg om de Dons op te blazen, en onder den zegen Gods zullen wij het doen ookl Nu dan, Rupert, ik heb plaats voor u op mijn eigen schip».

»Gode zij dank!» zeide ik.

»Ja, Gode zij dank 1 want wij strijden in Zijne gunst, maar gij moet iets gebruiken, man, en goed gebruiken ook. Dan gaan wij de Dons nazetten, en God zal ons de overwinning geven».

HOOFDSTUK XXXVI

Een vuurvlam

Over de komst van de groote Armada en over de wijze, waarop wij haar bevochten en verdreven, moet ik mij niet verbeelden te kunnen schrijven, want als ik daaraan denk, dan weigert mijn pen. Mijn verstand wordt dan ook geheel verbijsterd, want die strijd was zeker de grootste, die ooit heeft plaats gehad. Bovendien kan ik enkel schrijven over hetgeen er gebeurde op het schip, waarop ik mij bevond, terwijl een volle-

Sluiten