Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

488

door het geweld der rotsen en der aanrollende branding, totdat zij eindelijk aandwarrelden tegen de gevaarlijkste kust der wereld, en de weinigen, die tegen de kust opkropen, deden dit slechts om de prooi te worden der booze Iersche wolven. Bovendien leerde ons volk hieruit, aan wiens zijde God stond, en van dien tijd af verklaarden duizenden, die aan de Paperij het oor geleend hadden, dat God een godsdienst moede was, die slavernij en wreedheid en leugen bedoelde.

Maar, gelijk ik zeide, er is niemand, die naar waarheid de gebeurtenissen van die groote week kan beschrijven, hoeveel te minder kan ik het doen, die slechts weinig gave tot schrijven heb. Het is daarom voldoende om te zeggen, dat, toen wij hen in de Schotsche wateren gedreven hadden, wij ons weer naar het Zuiden wendden. En dit deden wij om twee redenen. Ten eerste, omdat wij wisten, dat zij niet terug zouden durven komen om met ons te strijden, en ten tweede, omdat wij door de zuinigheid van Hare Majesteit zoo slecht voorzien waren, beide van voedsel en schietvoorraad, dat het dwaasheid was om hen nog verder de zee in te drijven, die al woester werd.

Het was een donkere, stormachtige dag, toen wij na veel ontbering en lijden, de Theems opzeilden naar Londen. Wij waren uitgeput en door stormen geteisterd, en toch waren wij vroolijk ter oorzake van ons gewichtig werk, en omdat God ons zoo gezegend had. Bovendien zeide men, dat de groote admiraal verhalen van mijne dapperheid zou doen aan de Koningin, niet slechts aangaande wat ik hem gezegd had, toen ik bij hem kwam te Plymouth hoe, maar ook, over wat ik had gedaan gedurende den grooten strijd. Maar dit moet

Sluiten