is toegevoegd aan uw favorieten.

Frisch en fraai

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

123

niet slag op slag te pakken krijgen? Het verwondert me,

kameraad, dat je nog leeft. Want je moet weten, ik heb

het kruid waar je naar zoekt, uit je mond gestolen.

Nee-vrind, van stelen heb je geen ziertje verstand.'5—

De Koning dacht! -

„Nu, daar heb je wel gelijk in!" —

Elegast ging dan naar binnen.

Door een toverspreuk maakte hij ieder, die in het kasteel*':was, in een diépe slaap, en liet alle sloten openspringen. -

Toen nam hij uit de schatkamer net zoveel, als hij maar hebben wilde. -

Karei stelde nu voor om weer weg te ryden. — Maar Elegast wou eerst nog een bijzonder kostbaar zadel halen, waaraan honderd gouden schellen hingen, die klonken, als Eggerick reed. —

Die schat hing in de kamer, waar Eggerick en zijn vrouw sliepen. —

En toen Elegast die aangreep, rinkelden de schellen zo luid, dat Eggerick er wakker van werd. — Hij greep naar zijn zwaard. -

Maar zijn vrouw hield hem tegen en zei, dat er onmogelijk iemand binnen wezen kon, maar dat hem zeker wat plaagde, waardoor hu' al drie dagen niet eten kon. — Ze drong net zo lang aan, dat ze het er uit kreeg. Hij bekende haar dan dat hij gezworen had den Koning te doden en noemde ook zyn eedgenoten. — Dit alles hoorde Elegast, die zyn best deed om het woord voor woord te onthouden, met het doel om het verraad aan het licht te brengen. —