Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

460

CONRAD BUSKEN HUET.

te stellen. Hij heeft zich niet gestoord aan de ondervinding dat tegenover Rome aHëkettetotew gelijk regt van bestaan hadden, en van de anabaptisten, de zwinglianen, de anglikanen, of wie ook, niet gevergd kon worden zich aan de lutheranen te onderwerpen. Uit volle overtuiging heeft hij, met de hulp van den sterken arm, de andersdenkenden onder zijne eigen volgelingen tot rede zoeken te dwingen; geweld met geweld helpen keeren; een burger- en godsdienstoorlog over zijn vaderland gebragt; de kans getrotseerd Duitschland eene woestijn te zien worden, en voor eene eindelooze reeks van jaren, op allerlei gebied, Duitschfands kracht te zien breken. Al die booze gevolgen, boos door de boosneid der menschen, zijn hem onvermijdelijk toegeschenen; niet in staat twijfel te wekken omtrent het goddelijke in den aandrang waardoor hij zich voortgedreven gevoelde, en die in zijne eigen oogen hem tot een werktuig van hemelsche raadsbesluiten maakte. De fatalist kon niet anders. Niet hij zweepte den tijdgeest op, maar de tijdgeest hem. De middeneeuwsche dagonstempel moest instorten boven de hoofden der afgodsdienaren; en er was een gehoorzame blinde Simson noodig om de zuilen van hare

basementen te rukken. *)

Erasmus, man van den vrijen wil, zag de noodzakelijkheid dezer geweldenarijen niét in. Hetzelfde doel kon, achtte hij, langs andere, minder revolutionaire wegen bereikt worden. Ook zijn ideaal was een gezuiverd christendom, ontdaan van hetgeen hij als joodsche bijvoegselen beschouwde, ten onregte door het pausdom overgenomen. Hij meende echter de menschen te goed te kennen, om te kunnen gelooven dat hen luthfcrsch te maken het middel was hen betere christenen te doen worden. Zekere mate van Onverstand of verdwazing behoorde volgens hem tot het wezen der menschelijke natuur, en hij voorzag dat binnen korter of langer tijd de protestanten al het verkeerde der katholieken navolgen en herhalen zouden. Protestant zijn was voor hem protest-indienen tegen domheid, onkunde, wanbeschavhig; tegen de wreedheid en barbaarschheid in de zeden, niet minder dan in de let-

1) Döllinger over Luther, in Reunion of the Churches, 1872, bladz. 61: „It was Luther's overpowering greatness and wonderful many-sidedness of mind that made him the man of his age and his people. Nor was there ever a German who had such an intuitive knowledge of his countrymen, and was agaln so completely possessed, not to say absorbed, by the national sentiment, as the Augustinian monk of Wittenberg. The mind and spirit of the Germans was in his hand what the lyre is in the hand of a skilled mnsidan. He had given them more than any man in Christian days ever gave his people — language, popular manuals of instruction, Bibles, hymnology. AH his opponents could offer in place of it, and all the reply they could make to him, was insipid, colourless, and feeble, by the side'of his transporting eloquence. They stammered; he spoke. He alone has impressed the indelible stamp of his mind on the German language and the German intellect, and even those among us who hold him in religious detestation, as the great heresiarch and seducer of the nation, are constrained, in spite of themselves, to speak with his words and think with his thoughts." — Ik ken van dit werk van Döllinger geen andere dan de engelsche uitgaaf. B"

Sluiten