Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALLARD PIERSON.

479

— Na, zei de zieke, 'k heb wel goet geldt ook as 't weze mot. Hier Ribbetie neem an... J '

Hy reikte z'n vrouw 'n grooten zak over, die hy met blykbare moeite had opgegraven uit z'n beddegoed. y*

— Neem an, Ribbetje, en tel er uit... twee hondert stuks, en dan nog twintich stuks, en ... ses. En... doe 'r 'n achtetwintich *) by, die goet is, en ses Uiterse duiten, en laat 'm gaan met Chotl En geef me te drinken, Ribbetie w«nt ik nep so n dorst. '

Wouter ontving z'n geld in gerande dukatons, *) en bedankte zeer vriendelyk De welwillendheid van die oude vrouw had hem goed gedaan, tot roerens toe' Wanneer-i op dat oogenblik in het toekennen van vereering had moeten kiezen tusschen héér en de zooveel beter geboren mevrouw Kopperlith

Zonder 't minste opzet om 't rimpelig moedertje natepraten, wenschte hy haar by t weggaan duizend goddelyke zegens toe. Haar, en m'nheer Roebens die zoo ziek was. En de jonge vrouw die zoo liefderyk haar man verzorgde, En kleine Racheltjen ... o, allemaal!

Eerst toen hy de straat bereikte, schoot hem in den zin dat-i — sakkerloot hoe jammer! - by het teekenen ... z'n krul vergeten had. Nu, dit 'n andermaal'lHv was verheugd dat-i menschen ontmoet had die hem zoo beminnelyk voorkwamen en dit was meer waard dan de mooiste krul.

Uit: „De Geschiedenis van Woutertje Pieterse" voorkomende in de „Ideên."

ALLARD PIERSON.

1831—1896. ACHTER DE TRALIËN.»)

,• V!,alinom.ijn binnenkamertJ'e met zijn grootgebloemd logementen-behangsel zijn doffe Belgische verf, zijn turfloozen haard, zijn uitzicht op een cellulair gel vangenistuintje, omgeven van hooge, vochtige, uitslaande en daarom met grillig gevormde zwarte vlekken als bestrooide muren; vaak in mijn binnenkamertje voor mijn schrijftafel, naar de beperkte evenredigheden van mijn woning vervaardigd mijmerend zonder eind, werd ik mij bewust, hoe gedésoeuvreerd ik was vooral als ik terug dacht aan het leven, dat toen achter mij lag

Ver van het vaderland, zag ik terug op een gesloten tijdvak en dat was dubbel weemoedig. Onze eeuw is kosmopolitisch en de afstand tusschen Amsterdam en Leuven nauwelijks noemenswaard! Wel zeker. Maar, zonder uw verlof dan wij waren te Leuven ver van huis, wij waren te Leuven in het Vreemde Land Geen streek, geen stad, geen straat waaraan zich voor mij eenige dierbare, vroolijke of

2 "f "dgulden" va" 28 stuivers. 2) dukatons of rijders, munten van 63 stuivers 3) De schrijver was predikant bij de zeer kleine Hervormde Gemeente te Leuven en voelde zich in het vreemde land als een gevangen vogeltje.

Sluiten