is toegevoegd aan uw favorieten.

Van een grootmoeder en zeven kleinkinderen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onverwachte gasten. 109

maar toch met iets sombers in haar stem. „Maar," ging ze voort, „uwe mag wel oppassen want het zal gladjes zijn. Daar leit maar een dun vliesje ijs, maar je glijdt uit van de modder. Zal ik ook alstemet een wollen lap om uw overschoenen doen?"

„Dank je wel, hoor, 't zal wel gaan," zei ik.

„Ziet u eens, ziet u eens aan den overkant," riep Kaatje opeens, „daar waden ze door de modder. Nou, ik benijd de menschen niemendal, die vandaag visite krijgen. Ik zou derlui trappen wel eens willen zien!'

Opgewekt door de gedachte aan andermans vuile trappen, terwijl haar eigen witgeschuurde treden en marmeren gangetje zoo keurig zouden blijven, ging ze weer naar de keuken.

Ik nam het door uit mijn ei — 's Zondags kookt Kaatje het opzettelijk hard — en brokkelde er met een lepeltje een stukje af voor Piet.

't Was of hij het wist, zoo lustig zong hij.

De schel ging over, een seconde later kwam