is toegevoegd aan uw favorieten.

Frans van Dorentil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

vorigen dag zoo aan het vechten waren. Gerrit zag hem aankomen, en hij begreep al dadelijk, wat de baron kwam doen. „Wacht," dacht hij, „nu zal ik dien dwerg wel krijgen."

„Wel, mannetje," zei de baron streng, „waarom was jij gister zoo aan het vechten? Wat had Frans je gedaan?"

„O, baron," zei Gerrit met neergeslagen oogen, „we hadden ongenoegen, en toen ..."

„Jawel, dat begrijp ik," viel de baron hem in de rede, „maar ik wil weten, waarom!"

„Frans heeft het u zeker nog niet verteld, is het wel, baron?" vroeg Gerrit, terwijl hij met loerende oogen den baron aankeek.

„Neen, ik heb er Frans niet naar gevraagd; ik wil het van jou weten." ;>

„Hij zou het ook niet durven zeggen, baron.

„Nu, als jij het dan maar zegt, en wat vlug, asjeblieft!"

„We vochten, baron, omdat Frans een dief is!"

',Nu weet ik het nog niet," zei de baron kortaf. „Kom, zeg het me eens wat duidelijker."

„Dat zal ik, baron, omdat u het me vraagt. Aan een ander zou ik het niet zeggen, ziet u, omdat het te erg is."

„Jawel, dat is goed, vertel me maar zonder omwegen, wat er gebeurd is."

„Toen we naar het dorp gingen, vond ik precies op de plaats, waar u ons gezien heeft, een zwart taschje op den weg, baron, dat iemand daar ver-loren moet hebben. U begrijpt, dat ik het dadelijk opende, om te zien, wat er in was. Frans stond er ook bij, en toen we zagen, dat het allemaal bankpapier was, wilde hij met alle geweld de helft ervan hebben, en toen