is toegevoegd aan uw favorieten.

Frans van Dorentil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii4

hadden zij volstrekt geen lust, voor de tweede maal jacht op hem te maken. Zoolang hij hun uit den weg bleef, voelden zij geen behoefte, zich met hem in te laten. Toch zouden hunne wegen elkander nog kruisen.

Op een prachtigen zomeravond, toen kamperfoeliegeur en vogelenzang tot wandelen uitlokten, begaven Andries en Frans zich in het bosch, en genoten van al het heerlijke, dat de natuur aanbood. Al pratende bereikten zij den vijver, waar zij gewoon waren 's avonds een bad te nemen. Het water was spiegelglad, want het was bladstil in de natuur;, alleen enkele statige zwanen en hagelwitte eenden brachten er, zacht voortdrijvende, eenige beweging in. Dat kalme, rustige watervlak, omringd door geurend bloemhout en hoog geboomte, leverde, terwijl het de overhangende takken weerspiegelde, een schoonen aanblik op.

„Wat is het hier toch prachtig," zei Frans, vol bewondering rondziende.

„Heerlijk!" zei Andries opgetogen. „Ik heb nog nooit mooier natuurgezicht aangetroffen."

„Dat wil ik wel gelooven, Andries. Even mooi, dat zou nog kunnen, maar schooner, neen, dat is onmogelijk. Weet je, wat ik daar bedenk?"

„Nu wat dan?"

„We moesten morgen het lichte roeibootje hierheen laten brengen. Dan kunnen we morgenavond hier eens varen."

„Goed bedacht; dan vragen we Johanna ook!" riep Andries.

„Ja, en mijnheer van Kalken mogen we ook niet vergeten. Hij houdt veel van een watertochtje op een mooien avond."