is toegevoegd aan uw favorieten.

De Kennemer vrijbuiter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

„Blijf vannacht hier, Marten. De nieuwe dag geeft nieuwen raad, maar vergt ook weer nieuwe kracht."

„Dank voor uw vriendelijk aanbod, buurman," zei Marten. „Ik kan het echter niet aannemen, want ik zal rust noch duur hebben, voor ik mijn zuster wedergevonden heb. Nog één vraag: weet u ook, waar onze hond gebleven is ? Ik heb hem nergens gezien, dood of levend."

„Hij was bij Anna, en 't is voor een groot deel aan hem te danken, dat zij ontsnapt is, want hij vloog telkens op de kerels aan. En dan hadden zij 't kwaad te verantwoorden. Maar een van de soldaten heeft hem eindelijk met de kolf van zijn vuurroer een zoo hevigen slag op den kop gegeven, dat hij bijna niet meer loopen kon. Toch volgde hij Anna nog, zoo goed en zoo kwaad, als het ging. Hij kroop bijna over den grond, toen hij hier aankwam."

„Arme Kees!" mompelde Marten.

„Maar hij kwam langzamerhand weer op zijn verhaal," viel de vrouw in. „Hij was half verdoofd geweest van den slag. Anna heeft hem medegenomen in de schuit."

„Aan wie behoorde die?" vroeg Marten.

,,'k Weet het niet, want ik ken weinig Saardammers, omdat ik hier nog maar zoo'n korten tijd woon. — Blijf hier vannacht, Marten. Je kunt haar nu toch niet zoeken, 't Wordt nacht."

Maar Marten schudde ontkennend het hoofd, en na een korten groet keerde hij over den dijk terug