is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf en Clara, of Hoe ons land een republiek werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

107

voor een ongelukkig meisje, dat door het beleg van Haarlem arm en ouderloos is geworden."

„Een meisje r > zeide Vermey, terwijl bij Clara aanzag. „En hoe dan in deze kleeding S"'

„Om de vervolging te ontgaan. Te voet is het arme kind herwaarts gekomen."

„Wees welkom, lief meisje," zeide de timmerman, terwijl hij haar zijn ruwe hand reikte, die Clara met aandoening vatte. „En jij, neefje ! je bent een heele kerel geworden. Ik herinner mij, dat ik je nu vijf jaar geleden in Den Briel heb gezien ; 'twas in dat ongelukkige jaar 1568, toen Egmond en Hoorne onthoofd zijn. Je waart toen nog een rechte dreumes. Hoe maken 't je vader en je moeder i"

Frans Barendsz vertelde hem hetgeen wij reeds weten ; juist toen hij gedaan had, klopte Govert aan.

„Ha, een onzer wakkere verdedigers, als ik 't wel heb," zeide Vermey. „Je bent mijn vriend! Wie 't zoo met het vaderland meent als jij, is de vriend van elk rechtgeaard Alkmaarder.

„Ik kom eens zien, of Frans hier nog is, enwenschte tevens aan deze jonge juffer een behoorlijke huisvesting te bezorgen," zeide Govert.

„Daarvoor is reeds gezorgd," antwoordde Vermey. „Zij blijft hier zoolang zij verkiest. Wij hebben geen kinderen, en zij zal als kind bij ons in huis zijn."

„Daar doe je braaf aan, meester," zeide Govert. „En ik durf je verzekeren, dat je geen berouw over die goede daad zult nebben."

Zoo bleef Clara dus in het huis van Vermey, terwijl Frans in dienst trad bij de bezetting, welke hem volgaarne opnam, daar er binnen Alkmaar niet meer dan 800 soldaten en 1800 weerbare burgers waren.

Den 2isten Augustus kwam Don Frederik met 16,000 man voor de stad. Ruim acht dagen later, op den 2den September, werd Maarten Pietersz Vermey bij den magistraat geroepen, alwaar hij ook Cabiljauw vcnd.