is toegevoegd aan uw favorieten.

Oehoehoe in de wildernis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

De arme Dr. Osborn was uitgeput van vermoeienis, maar zoolang de olifant leefde, had hij zich dapper gehouden.

Toen echter de strijd beslist was, begaven zijn krachten hem.... Hij gleed van zijn paard, — en Kleinboy vond hem een uur later bijna bewusteloos op den grond liggen! Dadelijk wiesch hij zijn meester de slapen met het wel een beetje vieze, maar toch koele water, dat hij in een kwaggapens bij zich droeg. Dat hielp! — Nu kon de vermoeide jager zich weêr bewegen en alles vertellen van zijn levensgevaarlijk jachtavontuur: — „Maar ik heb toch mijn olifant geschoten", zei hij, „kijk, daarginds ligt hij!"

Kleinboy en Raffeta waren niet zoo gelukkig geweest. Ze hadden wel jacht gemaakt op een van de vier andere olifanten, maar die was hun ontkomen. Ze vertelden veel van hun eigen moed, maar Dr. Osborn zag dat hun paarden er heelemaal niet vermoeid uitzagen, en dat hun geweren nog juist zoo geladen waren, als ze ze uit den wagen hadden meegenomen. Hij was dus zoo vrij om te denken dat ze er niet veel moeite voor gedaan hadden; maar toch vond hij 't maar verstandiger, er niet over te praten.

Ondertusschen kwamen ook de voetgangers naderbij. Kleinboy schoot telkens zijn geweer af in de lucht, om hun een teeken te geven, waar hij en Dr. Osborn te vinden waren.

Wat waren de uitgehongerde Boschjesmannen blij met het olifanten vleesch! Dr. Osborn behield voor zijn gezelschap alleen de pooten en het hart — al het andere mochten de Boschjesmannen houden. Een gedeelte er van werd dadelijk gebraden en opgegeten, en het andere namen ze meê naar hun kamp, en hingen 't daar te drogen in de boomen; en