is toegevoegd aan uw favorieten.

Peerke en z'n kameraden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

versierings-moois, in een haastigen greep bijeen

gepakt „Voor jou, hoor, voor jou?" gilde hij

tegen het jongetje, waarvan hij nog maar alleen het bleeke handje zien kon.

„O, o.... nee, nee niet wippen, niet wippen V

kreunde Kareltje, die juist van plan was onder het bankje uit te kruipen, maar bij de wiegelende beweging, die het bootje door Dieuwe's opspringen maakte, haastig in zijn nauw hoekje, terug dook.

„Stoot af nou, jö!" gromde Joost tegen Dieuwe, die niet eens merkte dat ze schuin afdreven op den muur aan.

't Bootje botste tegen een oud, half vergaan steiger paaltje op, dat met zijn groenbemosten, vochtigen kop even boven water uitstak. De jongens hotsten dooreen; Dieuwe sloeg voorover dwars over al zijn moois heen; Kareltje piepte van benauwdheid

„Zie je nou wel, jou schuld, uil!" schold Joost.