is toegevoegd aan uw favorieten.

Het nieuwe kindermeisje

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

Ze kreeg geen antwoord en om hem wat uit zijn stom verdriet op te wekken begon ze: „Mie is terug van Berkhoven, Eduard." „Zoo ?" bromde de jongen.

„Ze heeft slechte tijding van Truus' moeder meegebracht," hernam Zusje.

Eduard trok de schouders Op en pruttelde iets.

„Ze is heel erg ziek, gevaarlijk ziek !" ging Dora Voort.

„Houd toch op met dat gejammer !" viel Eduard nu opeens uit, zoo driftig en ruw, dat Dora er van schrikte. „Jelui schijnt verbazend met dat mensch begaan te zijn. — Ze raakt ons geen zier!" Scherp klonk zijn stem.

„O foei Eduard, wat kun je raar uitvallen!" zei Dora, ,,'k vind je niets aardig!" Ze ging verder van haar broer afstaan.;

,,'k Moet me zeker 't lot van die twee vreemden aantrekken om aardig gevonden te worden !" spotte Eduard. ,,'k Wou nog liever! Ze kunnen me niets schellen !"

„Zou je 't niet erg vinden, als Truus' haar moeder verloor ?" vroeg Dora met groote oogen.

,,'k Zou me er om tot water huilen" zei Eduard in lachen uitbarstend.

„O, wat ben je een nare jongen !" riep Dora verschrikt.

„Dat weet ik al lang !"

„Dus zou je geen medelijden met Truus hebben als haar moeder stierf ?" „Wel neen!"

„Nu, wij wel!" zei 't zusje met klem, „we zouden 't allemaal heel erg voor haar vinden; allemaal. We hebben al voor de zieke moeder gebéden en van avond doen Moeder en Mie 't ook nog."

„Wat een drukte maak je toch," grinnikte de jongen. „Als die juffrouw van der Schild en haar dochter van de familie waren, konden jelui 't niet erger maken.;"