is toegevoegd aan uw favorieten.

Uit groot gevaar gered

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

105

eenigszins naar boven Hepen, omdat ze meenden, daardoor meer kans te hebben, een uitgang te vinden.

Uitgeput van vermoeienis bleven ze eindelijk weer op een geschikt plaatsje zitten, waar water in dunne straaltjes langs de wanden liep.

„We zullen maar zuinig met ons proviand omgaan, want wie weet of we er nog geen gebrek aan zullen krijgen, Herman," zei Gersau.

„Dat zal het beste zijn, mijnheer," antwoordde Herman, die ook meer en meer den moed begon te verliezen.

Heel veel lust tot praten hadden ze geen van beiden. Gersau blies de kaars uit, want hun voorraad daarvan begon onrustbarend te verminderen. Ze beproefden dus maar te slapen en daarbij kwam de vermoeienis hen gelukkig nogal te hulp.

Maar hun slaap was veel minder rustig, dan anders, want ze voelden zich herhaaldelijk beangstigd door allerlei schrikbeelden.

Toch oefende de rust een weldadigen invloed op hun stemming uit. Toen ze zich met het water wat hadden verfrischt en hun afgepast stukje brood hadden gebruikt, gingen ze er vol moed weer op uit.

„'tls het eenige middel tot onze redding en we moeten het volhouden, tot we niet meer kunnen," sprak Gersau.

En Herman zag dat ook zoo in. De gang, waarin ze zich op het oogenblik bevonden, werd hoe langer hoe nauwer, niet smaller, maar wel