is toegevoegd aan uw favorieten.

Omhoog : leesboek voor de katholieke scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muil en een grooten staart. Met zijn staart was hij zoo sterk, dat hij er wel een boom mee kon omslaan. Als hij uk zijn hol kwam, verscheurde hij alle menscben en dieren die hij maar vinden kon. 's Nachts kwam hij dikwijls tot vlak bij de muren van de stad. Want om die stad waren hooge, sterke muren. En als hij dan zoo onder aan de muren kwam, begon hij te huilen en te brullen. De wachters zagen dan, dat er vlammen uit zijn muil kwamen en dat hij vuur spuwde.

Verschillende dappere jagers waren er al op uitgegaan om den draak dood te maken. Maar de draak had zoo'n harde huid, dat de scherpste sabels en pieken er op afschampten. En alle jagers, die er op uit waren gegaan, had de draak doodgemaakt en opgegeten.

Dat had lang zoo geduurd, en de menschen durfden van schrik haast niet meer buiten de stad komen. En de jongens en meisjes mochten niet meer buiten de poort en op den berg gaan spelen, want de draak had al veel kinderen overvallen en opgegeten.

Toen begonnen de menschen te bidden om van den draak verlost te worden. En in de kerken baden ze iederen dag: „Van de woede van den draak, verlos ons Heer."