is toegevoegd aan uw favorieten.

De negerhut

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NEOERHUT

89

„Ik zal maken dat zij mij met open mond staan aan te kijken."

Het moet hiér aangemerkt worden, dat Sam er bijzonder vermaak in had, met zijn meester naar allerlei politieke vergaderingen te rijden, waar hij, op een hek of in een boom gezeten, met groote liefhebberij naar de redenaren zat te luisteren, om dan, afgeklommen onder de broeders van zijne eigene kleur, die insgelijks met hunne meesters waren medegekomen, deze met de koddigste-nabootsingen, die hij met onverstoorbare deftigheid uitsprak, te stichten en te vermaken. Hoewel zijne naaste toehoorders lieden van zijne eigene kleur waren, stonden niet zelden in het rond eenigen van blanker tint, die lachende en wenkende luisterden, waarop Sam dan niet weinig trotsch was. Kortom, Sam was blijkbaar tot redenaar geroepen, en verzuimde geen gelegenheid om die roeping te volgen.

Nu had van oude tijden af tusschen Sam en Tante Choe eene soort van slepende vijandschap, of liever eene in het oog loopende koelheid bestaan ; maar daar hij thans het oog op een goeden maallijd had, besloot hij, om zijne vooruitzichten.niet te bederven, ditmaal buitengemeen verzoenlijk te zijn ; want hij wist, dat hoewel de bevelen van mevrouw zeker naar de letter zouden worden opgevolgd, het toch een groot voordeel voor hem zou zijn, als de peest ook daarbij medewerkte. Hij verscheen dus voor Tante Chloe met een bedeesd, geduldig gezicht, gelijk iemand, die om een zijner ongelukkige medemenschen te dienen, onmetelijk veel had uitgestaan, en weidde er breed over uit dat mevrouw hem gezegd had naar Tante Chloe te gaan, om vergoeding te krijgen voor wat hij aan eten en drinken te kort gekomen was, waardoor hij onbewimpeld hare opperheerschappij in de keuken en de aanhoorigheden daarvan erkende.

Hij slaagde naar wensch. Oeen onnoozele brave vergadering van kiezers liet zich ooit gemakkelijker door de oplettendheden van een geslepen candidaat om den tuin leiden, dan Tante Chloe zich door Sams vriendelijkheid liet innemen ; en al ware hij de verloren zoon zelf geweest, zoo.had hij niet met meer moederlijke mildheid kunnen overladen worden. Weldra zat hij vergenoegd bij een grooten blikken pan, die eene olla podrida bevatte van alles wat er in de laatste twee of drie dagen op de tafel was geweest. Smakelijke brokken ham, goudkleurige maïskoek, stukken pudding van allerlei fatsoen, hoenderbouten, vlerken en koppen, alles lag daar in schilderachtige verwarring; en Sam zat daar, als koning van dat alles, met zijne palm-