Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

de een of andere buurman, die een neerslachtige bui had, bij Jan Plezier wat troost ging zoeken. De schoenmaker wees zoo'n bezoeker nooit af, maar terwijl hij ijverig voortwerkte aan de laars, die hij onderhanden had, wist hij door zijn vroolijke gezegden den ander heelemaal op te monteren, zoodat deze na eenigen tijd zelf weer moedig aan 't werk einer.

De vrouw van den schoenmaker was wel zes jaren jonger dan haar man en zij werkte even ijverig in het huishouden als de schoenmaker in zijn werkplaats. Dan was er nog een dertienjarig dochtertje Martha, een klein dametje, die op de normaalschool ging, omdat ze later onderwijzeres wou worden. Martha had wel liever gewild, dat haar vader minister of millionnair geweest was, want ze hield erg veel van . mooie en dure dingen, maar nu hij een eenvoudig schoenmaker was, vond ze 't ook goed. En Jan Plezier Het zijndochter maar haar gang gaan, hij hield dolveel van het meisje en verwende haar. 't Mooiste was, dat moeder al even hard daaraan meedeed, zoodat Martha er als een dametje uitzag en in veel dingen haar zin kreeg. Gelukkig 'had Martha, evenals haar móeder en vader, een vroolijk karakter en een zacht gemoed, zoodat zij zich nimmer ontevreden toonde, wanneer er al eens aan een van haar wenschen niet kon voldaan worden. Vader verdiende goed zijn brood, had werk in overvloed en leefde met vrouw en dochter volkomen gelukkig. En toch, Jan Plezier had nog één onvervulden wensch: een 'zoon te hebben! Niet om hem opvolger in de zaak te maken, hij zou zijn zoon wel wat beters laten worden, maar alleen om een eigen zoon te hebben. Wat zou hij met den jongen

Sluiten