is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollandsche jongens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

jongens," schreeuwden de mannen en joegen de dappere Zwarte Bende op de vlucht. Maar als Wout en zijn makkers dachten, dat de knechts wel zouden verdwijnen, dan hadden zij misgerekend.

Barendsen en Slijpers waren nog altijd vóór, terwijl Ploeg als derde hen op 10 meters afstand volgde.

In de verte zagen zij de rood-wit-blauwe vlag van het eindpunt al.

Sneller reden de jongens voort.

Bij het eindpunt was groote drukte en beweging.

De Vriendenbond was, na even binnen geweest te zijn, weer naar buiten gekomen en tuurde de baan af.

„Daar komen ze weer," riep Flip, naar de bocht van de baan wijzend.

Men zag de rijders als kleine, zwarte poppetjes, geroep en gejuich klonk uit de toeschouwers-massa.

Nu kwamen ze dichterbij.

„Barendsen het eerst!" riep er een.

„Neen, 't is van Eelden!"

„Nietwaar, Barendsen!"

In toomelooze vaart kwam Barendsen aanstuiven, op den voet door Slijpers gevolgd. Ploeg was een eind achtergebleven, keek even om, bemerkte Witte achter zich en spande alle krachten in om hem vóór te blijven. Daar waren de voorsten bij het eindpunt.

Barendsen deed nog een flinken slag, waardoor hij den afstand tusschen hem en Slijpers nog vergrootte en vloog onder een daverend „hoera" het eindpunt voorbij. De drie namen werden genoteerd: i. Barendsen, 2. Slijpers, 3. Ploeg.

„Onmiddellijk naar je wachtkamer, jongens!" sprak mijnheer Felsing.

De drie overwinnaars spoedden zich naar de aan-