is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollandsche jongens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

gewezen plaats, waar hun een lekkere kop koffie met room wachtte.

Nu moest er nog even op de achterblijvers gewacht worden, terwijl mijnheer Blankendijk de namen van de tweede groep afriep. Toen alle anderen teruggekeerd waren, klonk het tweede schot en de volgende groep snelde de baan af.

Wat repten de jongens zich uit alle macht. Het scheen wel of hen duizend heksen en booze geesten op de hielen zaten.

,,'t Gaat prachtig!" riep Johan opgetogen. „Laten we eens naar de wachtkamer gaan," stelde Willem voor.

Zij begaven zich naar het ruime vertrek, waar de kachel lekker snorde en koppen koffie op de tafel te dampen stonden.

„Wel," vroeg Flip, „hoe is de rit jullie bevallen?" „Best, uitstekend!" antwoordde Barendsen. „Het scheelde anders maar weinig, of we hadden het met de Zwarte Bende te kwaad gekregen."

„Komaan, is vriend Wouter weer aan den gang geweest?" vroeg Johan. „Het is een lastig ventje."

„Lastig ventje?" viel Flip driftig uit. „Noem hem liever den leelijken dief!"

„Neen, dat doe ik beslist niet," zei Johan. ,,'t Is zijn ware naam," vond Flip. „Zóó?" vroeg Johan. „Heb jij wel eens een leugen gezegd?"

„Dat zal wel," zei Flip.

„Dan ben jij een leugenaar, nietwaar? En waarom noemt men je niet bij dien naam?"

„Nu ja, maar stelen is toch veel erger."

„Stelen is geen haartje meer dan liegen, Flip! Noem