is toegevoegd aan uw favorieten.

Mathilde, of de dochter van een kermis-komediant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

Zoo ging het ook Mathilde. Hare tranen stroomden en daarna keerde de rust in haar harte weer, en 't was ^haar, alsof het gezang der engelen nog niet weggestorven was, alsof zij zich nog steeds verblijdden over de de ziel van hare moeder en alsof de goede Herder nog steeds riep: „Verblijdt u met Mij, want Ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was."

Na eenige dagen verlieten de komedianten de zeeplaats en het reizen begon opnieuw. Mathilde voelde zich zeer eenzaam in den wagen, overal miste zij wat. Soms kwam haar 'vader naar haar kijken, maar zijne bezoeken waren haar niet aangenaam en zij was altijd maar blij, als hij weder wegging. Langzaam en eentonig kropen de uren voorbij, want zij had immers niemand meer, met wien zij spreken, die haar verzorgen en opvoeden kon. 't Meeste had zij nog aan Jan, die haar altijd aan de praat wist te houden. De uren van den nacht waren echter de treurigste, vooral als de wagens niet in een dorp, maar op eene heide of eenzame vlakte stilhielden, waar men niets anders hoorde dan het krassen van uilen en het gehuil van den wind, die over de velden blies. Inderdaad, de arme Mathilde was droef te moede en beklom nu en dan eene der kisten om naar de andere wagens te zien, of zij ook dicht genoeg bij haar waren om haar te helpen,. als haar iets overkwam.

Op de eerste kermis na het treurig overlijden harer moeder moest zij weer als vroeger hare plaats op het tooneel innemen. Ach, hoe . treurig en akelig kwam haar daar alles voor! Haar wit kleedje was verfonfaaid, haar rozenkrans als verwelkt, haar hoofdhaar, de moederhand missende, die .het zoo net wist te kappen, hing onachtzaam neer. Mathilde keek de tent rond en', hoewel alles