is toegevoegd aan uw favorieten.

Mathilde, of de dochter van een kermis-komediant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

109

was als te voren, vond zij de vergulde versieringen, de lichtende lampen en de decoraties zoo armelijk, zoo bedriegelijk en zoo nietsbeduidend, dat zij wel had willen wegloopen. Vervolgens dacht zij aan hare moeder en aan de plaats, waar zij thans was, aan die echt gouden straten, waardoor hare moeder wandelde; — 'aan het witte kleed, waarmede zij thans bekleed was — in scherpe tegenstelling met haar eigene armelijke plunje; — zij dacht aan het nieuwe lied, dat hare moeder nu zong, en dat zoo anders was dan de gemeene, ruwe zang van het theater; zij dacht aan de muziek, die hare moeder thans hoorde ; aan de harpen voor Gods troon; ach, hoe ellendig klonken daartegen de liederlijke deunen, die de komedianten van haar vader uitgalmden!

Ach, dacht hare moeder wel aan haar ? Mathilde had dit zoo gaarne geweten, en o, hoe verlangde zij bij hare moeder te zijn in de gouden stad, in plaats van in die heete en bedompte atmosfeer van het theater.

Zoo verliepen eenige weken en geene verandering greep er plaats in 't leven van het meisje, dan dat zij eerie nieuwe aangename bezigheid gevonden had in Jan lezen te leeren. Thans zat zij zeer dikwijls voor op den wagen bij * hem, met haar testamentje in de hand en wees hem de eene_plaats na de andere aan, terwijl zij langzaam voortreden. Was Jan moê van 't lezen, dan las Mathilde hem telkens weer haar lievelingsverhaal: „de gelijkenis van 't verloren schaap" voor, dat de goede jongen steeds met belangstelling volgde.

Naar ééne vreugde verlangde het meisje dagelijks ; zij had zoo gaarne Moeder Golibri weergezien. Qp iedere kermis keek zij met scherpe oogen rond, of zij de tent der dwergen niet gewaar werd, maar dezen maakten zeker