is toegevoegd aan uw favorieten.

Levensbeelden voor jong en oud, of Edele zedelijke beginselen voor het huisgezin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onvergetelijke woorden.

117

Mijnheer Jansen werd overrompeld en zag verschrikt in 't rond. Aller oogen waren op hem gevestigd en rechters en getuigen, advocaten en hoorders gevoelden, dat hij schuld had aan den ondergang van dezen jongen man.

„Niet lang daarna," vervolgde Richard, „toen ik mijn salaris ontving, zag ik dat mijnheer Jansen mij een' gulden teveel gegeven had. Ik was op het punt hem dezen terug te geven, toen mij op eens zijne opmerking: „Laten de lui zelf hunne fouten verbeteren" te binnen schoot, en ik zei tot mezelven: „Laat hij zelf zijne vergissing uitvinden," en ik behield het geld. Dat was het begin van het kwaad, en nu ben ik hier. Als mijnheer Jansen eenig medelijden, verschooning en barmhartigheid getoond had, had ik gezwegen en, geene verdediging gezocht." De jonge man bedekte zijn gelaat met zijne handen, en door zijn gevoel overweldigd, zette hij zich neder. Zijne moeder, die dicht bij hem gekomen was, snikte luid, boog zich over hem heen en terwijl zij hare hand op zijn hoofd legde, zeide zij: „Mijn arme jongen, mijn arme jongen!"

Weinige oogen in de gerechtszaal waren droog gebleven. In de thans heerschende stilte vroeg de heer Jansen, zich tot den rechter wendende: „Is mijne eer zoo vernietigd door het woord van een' misdadiger?"

„Uwe plechtige bezwering, dat deze beschul-