is toegevoegd aan uw favorieten.

Rafaël Othello

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

Zoo gingen de dagen en weken voorbij in arbeid en. stille overpeinzing en in steeds groeiende behoefte aan die stille gemeenschap met den Eeuwige, welke alle ledig rijkelijk aanvult. < , f{*it

Ruim een maand na meester Othello's dood kreeg juffrouw Martin onverwacht bezoek, 't Was Vrijdag en Rafaël was dus niet thuis. Juffrouw Martin had juist een kopje thee voor Martha ingeschonken, die druk aan het naaien was, toen zij een vreemde stem op de trap hoorde. Met den trekpot in haar hand deed zij de kamerdeur open om te zien, wie daar was. Verbaasd keek zij op, toen een deftig gekleed heer, dien zij niet kende, haar vroeg: „Woont hier ergens juffrouw Martin?"

„Om u te dienen, mijnheer; die ben ik zelf," antwoordde de weduwe beleefd.

„O, dan is u de moeder van juffrouw Martha, met wie ik laatst kennis heb gemaakt. Ik ben dus aan het rechte kantoor. Is uw dochter thuis? Ja? Dan mag ik haar zeker wel even spreken, nietwaar? En dan geldt mijn bezoek ook nog iemand anders," vervolgde de heer, een blik werpende op de boventrap. „Ik bedoel Rafaël Othello, die ook in dit huis woont."

„Kom u toch binnen, alstublieft, mijnheer," noodigde juffrouw Martin, haar bezoeker met een diepe neiging voorgaande in haar kamer. Martha, die de stem 'van den vreemde had herkend, was ook opgestaan van haar stoel.