Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

WILLEM HENDRIK DE BEAUFORT.

der zonen van een protestantsch koopman te Sedan, wiens familie daar niet thuis behoorde maar uit het verder verwijderde Meaux afkomstig was, treedt in den persoonlijken dienst van Frederik Hendrik en wordt na het overgaan van Hulst in 1645 met burgerlijke ambten in die stad beloond. Gedurende vier geslachten hebben zijne nakomelingen er het burgemeestersambt bekleed. In het tweede stadhouderlooze tijdperk komt uit de familie de bekende staatsgezinde schrijver Lieven Ferdinand de Beaufort voort, auteur der Vrijheid in den Burgerstaat, die niet tot de ascendenten van wijlen ons medelid behoort. Diens onmiddellijke voorouders stonden tot het stadhouderlijk huis op goeden voet en zijn door Willem IV en V uit de afzondering in Staats-Vlaanderen naar voren gehaald: Mr. Pieter Benjamin, de tweede gestudeerde in de rij, eindigt zijn leven te 's-Gravenhage als raad en rekenmeester der domeinen van Zijn Hoogheid; Mr. Joachim Ferdinand, zijn zoon, verlaat op zijne beurt de Hulster waardigheden voor het ambt van drossaard der stad en heerlijkheid van IJsselstein, bezitting der Oranje's. De omwenteling van 1795 stoot hem uit zijn post, en hij besluit zijn leven als rentenier te Zeist, waar hij in 1807 overlijdt.

Was Joachim Ferdinand nog in Zeeland groot geworden en evenals zijn voorouders met een Zeeuwsche gehuwd, zijn zoon Mr. Willem Hendrik raakt geheel vast in het Sticht. Hij huwt in het Utrechtsche geslacht van Westreenen en besteedt de vaderlijke erfenis tot aankoop van een goed uit het bezit der van Weede's: den Treek, gelegen op de grens van het dorre en van het welige land, aan* den zoom der Geldersche vallei. In plaats van het bouwvallig boerenhuis dat hij er aantrof deed hij een statig gebouw verrijzen, vergrootte zijn bezit door nieuwen aankoop en verhoogde de waarde er van door de toepassing

Sluiten