is toegevoegd aan je favorieten.

De geschiedenis van het Socinianisme in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

287

dogmatiek bracht onder het oppergezag der menschelijke rede en schoon geen Antitrinitariër, het triniteitsgeloof allerminst ter zaligheid noodzakelijk achtte1).

De richting, waarin zij hunne theologie ontwikkelden lag in de lijn van het Socinianisme. Met hun opvatting en verklaring van het leerstuk der drieëenheid, van de Godheid van den Zoon en den H. Geest, van de satisfactie en de rechtvaardigmaking stonden zij meerendeels nader aan het Socinianisme dan aan de leer der Gereformeerde Kerk. En waar zij niemand aan een strikte confessie bonden, toonden zij niet vruchteloos met de geschriften van Socinus en zijne volgelingen kennis te hebben gemaakt.

Dien invloed bespeurde men evenzeer bij de Doopsgezinden. Jacques Outerman, die de éénheid van Vader, Zoon en H. Geest verstond van hunne éénheid in wil en werkzaamheid en aan Christus wel een vóórbestaan toekende, maar hem toch „een puur mensch" achtte te zijn2), en Nittert Obbes met zijn beruchte „Raechbesem, bewezen het3). Bij Galenus Abrahamsz. was die invloed duidelijk zichtbaar, waar hij leerde dat, wie de rechtvaardigmaking en voldoening van Christus 's menschen volstrekt eenige reiniging noemde, den mensch een zondenpeluw onder de armen legde en Christus tot een dienaar der zonde maakte, al durfde Professor Gerdes hem niet beslist als Sociniaan aanduiden *). Jacob Ostens 5) en Jan Claesen van Grouw 6), Eppo Botter-

ze vooraf gelezen en onderzocht te hebben. Zie A. Stolker, Geschied, van het Seminarie der Remonstr. Sociëteit, Vaderl. Letteroef. 1825, 2° st. bl. 702-706.

') Zie boven bl. 118 v.

>) Boven bl. 143 v.v.

*) Boven bl. 146 v.v.

*) Boven bl. 152 v.v.; Gerdes, Noodwend. voorzorg der Staten van Friesland tegen de inkruipende Socinianen, 1741 bl. 80. >) Boven bl. 161. •) Boven bl. 190 v.