is toegevoegd aan uw favorieten.

Cornelis Drebbel en zijne tijdgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

zijn: De Subtilitate Rerum, onder het hoofdstuk: Tinctura purpurea nova pro serice, het kleuringsproces met de toen geïmporteerde cochenille; en hij zegt dan: „Advehuntur ad nos nunc animalia pro purpureo colore serici conficiendo, similia cimibus, a quibus sublata sunt capita, unde pretium serico rubenti imminutum ferme ad dimidium. . .. Addi solent multa dum conficitur purpura haec, tam sagax est hominum industria ad lucrum: atque inter reliqua, arsenicum, alumen, vini fex, galla mifobalani, zedoaria, spuma saponis, et furfuris cremor." Ook Sandys beschrijft in zijne in 1610 begonnen reisbeschrijvingen, hoe de cochenille in Klein-Azië gewonnen, en in Europa voor de scharlakenververij benut wordt.

Men wist dus heel goed1), dat de cochenille, teneinde op den vezel te hechten, in een „bodied scarlet" omgezet moest worden, en men bereidde deze „scarlet dye", al sinds de 16e eeuw overal in Europa, waar ververijen waren. De Francheville (Mémoires de la Hist. de VAcad. Berlin, 1767, Dissertation sur VArt de la Teinture, p. 41,79, 80, 106, 109, 121) vermeldt in zijne groote verhandeling over de „Ververij bij de oudere en nieuwere volkeren", dat in den tijd van Frans I de Parijsche verver Gilles Gobelin reeds het geheim der scharlakenververij kende; en dat de wijze, om met behulp der cochenille de meest zuivere scharlakenkleur te verkrijgen, in de 16e eeuw door een Vlaamschen schilder, Peter Kloeck of Koeck, welke in 1550 gestorven zou zijn, ingevoerd was, in verband met de ervaring door hem opgedaan op eene reis in Turkije. Blijkbaar wordt met den laatste bedoeld: Peter Coecke, alias van Aelst, die als kunstschilder, beeldhouwer, plaatsnijder, bouwkundige, enz. vermaard was. Hij was op 4 Aug. 1501-te Aalst in Vlaanderen geboren, kwam in 1527 te Antwerpen, en stierf te Brussel den 6 Dec. 1550. (Zie: I. J. van den Branden, Geschiedenis der Antwerpsche Schilderschool, p. 150—159). Omtrent zijn aandeel in de scharlakenververij kon ook de stads-archivaris te Antwerpen mij niets naders meedeelen. Intusschen worden zulke scharlakenververijen ook veel vroeger reeds genoemd, en wel juist in de Nederlanden, meer in het bijzonder in de omstreken van

"J g. Vent. Rosetti, Plictho de Larte de Tentori che insegna tenger panni telle banbasi et sede, si per Larthe Magiore come per la comuna, Vinegia, (1548). Dit was de voornaamste handleiding voor de ververij-techniek in die tijden.

rosetti noemt als bijtmiddelen (ook voor cochenille): gal-appels, aluin, wijnsteen, vitriool, zeep, azijnzuur, kalk, enz. doch ook oplosbare arseenverbindingen. Door proefneming bleek mij, dat men ook met antimoon- en arseencbloride de cochenille op den vezel kan hechten, maar dat de overigens fraai roode kleur dan met antimoonzout eene violette nuanceering, met arseenchloride eene meer oranje tint vertoont. Met tinchloruur is de kleur een zuiverder rood.