is toegevoegd aan uw favorieten.

In den Réveilkring

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En waar Capadose nu in 1823 klaagt over degeneratie sinds 25 jaar, daar kunnen wij o.a. wijzen op J. F. Martinet, die 44 jaar tevpren in zijn Katechismus der Natuur klaagde over „de meerdere slapheid, tederheid en vatbaarheid voor kwaaien, welke de lichaamsgesteldheid van onze eeuw meer eigen zijn dan die der voorigen" (M^ schreef dit toe aan 't theegebruik). Capadose gevoelt zelf wel dat in iedere eeuw het verleden boven het heden is geprezen, maar hij zegt dat het menschelijk geslacht, sinds haar eerste verbastering, n.1. den val van Adam, gestaag is achteruit gegaan, terwijl het decrescendo in de laatste 25 jaar buitengewoon sterk is.

Na onze bespreking van Capadose's vaccinatiebestrijding, moeten wij nog melding maken van zijn onvermoeide pogingen tot kerstening der Joden. Bij de Joden was hij hierdoor zoo gehaat, dat zij hem vaak scholden op straat en voor hem op den grond spuwden. Kreeg hij anonieme brieven waarin hij gehoond werd, dan bad hij vaak 's avonds voor de onbekende zenders. In 1838 zien wij hem in Den Haag maandelijksche bijeenkomsten organiseeren om voor de Israëlieten te bidden, terwijl hij later pogingen aanwendde om alle vrienden van Israël in een nationaal genootschap te vereenigen. Hij klaagde wel eens over gebrek aan belangstelling ten dezen in de Haagsche „broederschap" (de réveillisten), die hij over 't algemeen dor vond, anders dan in 't buitenland.