is toegevoegd aan uw favorieten.

Prof. Dr. J. H. Gunning

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gunning en het Chr. onderwijs II Gunning's echtgenoote lxviii, lxx,

43 vv, III 714, 755 v, 774, 793, II 596, III 505, 853, 861, 944,

893. 895- 954. 1086.

— en collectanten II 559, III 158 — en de eed II 865 vv.

vv. — en de kiesvereeniging Eendracht

— 's colleges III 305, 520. maakt macht III 204 vv.

— en communisme II 481, 493. — en de eenvoudigen lxxix,

— en confessionalisme III 266 v. lxxxi v, xc, II 995 v, III 308,

— confessioneel xxxiv v, II16, III 340, 519, 535 v, 638, 746, 1082.

557. —'s eenzaamheid xxxv, III 524 v,

— en de confessioneelen xxxiv, 589, 635, 824, 850 v. III 16, 183, 267, 753 vv. — en Eltheto lxv.

— en conservatisme II 595, III — denkt na zijn emerit. een kleine 603. gemeente aan te nemen III 541.

— als correspondent II 163, III — en de Engelschen III 179, 542 704, 749 v. w, 551.

— en courantenlectuur III 113. —'s ernst lxiii, II 750, III 1083. ■ — en Is. Da Costa 61, 63 — 72, — en Ernst en Vrede 47 w, 54,

II 5. 569, UI 796—806. II 979.

—'s dagboek III 728—748. — evangehedienaar, zie voorgan-

— en Dante xlvii, xci, 16, 53, ger.

II 6. — en Evangelisatie I 23.

—'s devies lix. — en de Evangelische Alliantie II

— en diaconessenarbeid II 758. 986 v.

— en het diaconessenhuis te's Gra- — en Fabri II 426.

venhage II 968, III 281. — en het feestvieren II 770, III

— en diaconie II 776, III 719. 1082.

— doctor honoris causa xlix, liv, — en Ds. G. J. van der Flier III lxv, lxxxvii, II 698, 837, III 642, 648.

590. —'s gebed II 42, III 441, 480.

— en Prof. J. I. Doedes II 931, —'s gedichten II 8, 92, 403, 604,

III 952. III 160, 196.

— gedurende de Doleantie III 520, — geheelonthouder lxvii, lxxi,

558, 645 v. III 437, 594 vv, 624.

— domine, zie voorganger. — en het Genootschap tot Chr.

— liever domine dan Prof. III 520, heiliging van den Zondag III

523- 774-

—'s opvatting van den doop II —noemt zich gereformeerd II 28,

557 v. 986 v, III 35, 266 v, 277, 983 w,

— en de inrichtingen van Van 1009.

Dijk III 472 vv, 1043. — en de Gereformeerden II 24,

91