Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

467

wel dubbel zoo groot als de nieuwe provincie „de Zuiderzee", enkel door verbetering van waterafvoer vruchtbaar zijn te maken, hetgeen met veel minder kosten gepaard zou gaan.

Wat betreft de exploitatie der in te polderen gronden, waren enkele leden van meening, dat deze aan de gemeenschap moet blijven voorbehouden. Zij verwezen ter zake mede naar een werkje van mr. Moltzer, die aan dergelijke gronden een zakelijk gebruiksrecht van langen duur wenschte verbonden te zien, eenigermate in den geest van het beklemrecht. Door enkele andere leden werd de practische beteekenis van bedoeld geschrift in twijfel getrokken.

§ 5. Er waren leden, die niet alleen het tijdstip waarop dit wetsontwerp in behandeling werd genomen uitermate ongeschikt achtten, maar die ook de wijze, waarop aan het eind van deze wetgevende periode het ontwerp, ook in deze Kamer, niet zonder overhaasting schijnt te zullen moeten worden afgedaan, meenden te moeten veroordeelen. Bovendien vroegen deze leden zich af, of het niet zeer wel mogelijk is, dat het nieuwe Kabinet, hetwelk wellicht binnen zeer korten termijn het tegenwoordige zal vervangen, met de plannen in zake de afsluiting en de drooglegging van de Zuiderzee, met het oog op de hooge bedragen der daaraan te besteden gelden, wel ingenomen zal zijn.

Hiertegen werd van andere zijde aangevoerd, dat de uitvoering van het werk over den duur van talrijke Ministeries zal loopen, zoodat het van weinig belang is of deze wet in het begin of aan het einde van een Ministerieel leven in het Staatsblad komt.

§ 6. Gevraagd werd naar 's Ministers meening in zake het adres van ingezetenen der gemeente Enkhuizen om de bedijking niet bij Blokkershoek, maar bij Enkhuizen te doen beginnen.

Eenige leden zouden gaarne hooren bevestigd, dat het toekomstige IJsselmeer genoeg diepte zal aanbieden voor de scheepvaart op den IJssel. Ook vroegen zij, of er geen kans is, dat het zoete IJsselmeer spoedig bevriezen zal en of daarin geen gevaar schuilt voor opstopping van den IJsselmond.

Vertrouwd werd, dat tijdig in studie zal worden genomen, hetgeen zal kunnen worden gedaan om verspreiding van malaria, als gevolg van de drooglegging van gronden, zooveel mogelijk tegen te gaan.

Eenige leden wenschten de vraag te doen of de Regeering zich voorstelt, dat het werk in eigen beheer zal worden uitgevoerd, dan wel bij groote gedeelten zal worden uitbesteed.

Sluiten