Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

TE LANG VERGETEN

die in onze kerkhistorie geen vreemdeling is, genoegzaam bekend. Eerst werd alle kracht verteerd in de worsteling met het Arminianisme. Toen slopen door het opkomen der Volkskerk allerlei ongeformeerde elementen in eigen boezem in. De ijzeren vuist der overheid belette ook hier vrije ontwikkeling. En de splitsing van de theologische krachten over heel een reeks van leerscholen, sneed de mogelijkheid van gezonde ontwikkeling af, en deed maar al te dikwijls de ééne school haar kracht verspelen in polemiek met de andere.

Dit nu is oorzaak geweest, dat het leven in onze Gereformeerde kerken almeer los raakte van de theologische ontwikkeling. Deze twee hadden één moeten zijn, en zie, ze kozen zich elk een eigen bedding. De levende Gemeente hield op het theologische leven te verwarmen en te scherpen, en de theologie werd steeds onmachtiger om het leven der Gemeente te leiden. Beide stroomen liepen naast elkaar. Gevolg hiervan was, dat de theologische stroom ten leste geheel verzandde, eerst in Supranaturalisme, toen in Rationalisme dood liep, en dat de kerkelijke stroom zich al duidelijker splitste in een breeden arm van half wereldsche vroomheid, en een smallen arm van echt geestelijk leven. Ten slotte was op al onze scholen de Gereformeerde theologie dan ook een onbekende grootheid geworden, en in den boezem der landskerk ging de groote massa met den geest der eeuw mede; en bleef als drager van het Gereformeerde leven alleen dat smalle stroompje over, dat onweerstandelijk aan den geest der eeuw het hoofd bood, en uit de liefde Christi bleef tieren.

Die eigenaardige positie nu bracht voor dit kleine overblijfsel een niet te miskennen gevaar met zich. Nog schuilend in de groote, meerendeels ongeloovige landskerk, miste men ten eenenmale kerkelijke organisatie en kerkelijke leiding, naar eisch van het Gereformeerde beginsel. Het „gezelschap" kwam voor de kerk, de „oefenaar" voor den Dienaar des Woords in de plaats. Bij de groote schudding der geesten, die het eind der 18de eeuw kenmerkte, dreef men mede af op den stroom zonder theologisch kompas. Oude, practische literatuur was den meesten voedsel, vooral vertaald uit Engelsche geschriften, en het verschil in zienswijze, dat, ten gevolge van dat gemis aan leiding, allengs onder de geloovigen opkwam, bleef alleen daarom langen tijd nog verborgen, omdat men bijna niet met elkaar in aanraking kwam, en verstrooid in het land leefde. Wie wist in Zeeland af van wat in Friesland omging, wie kende in Holland de geestelijke levensbeweging op de Veluwe? Zoo was het begrijpelijk, dat allengs en ongemerkt alle eenheid teloor ging, dat in de onderscheiden provinciën temperament, aanleg en karakter op de ontwikkeling der denkbeelden en gevoelens scheidenden invloed begon te oefenen, en dat zich in de onderscheiden streken van ons land zekere typen vastzetten, die zich onzuiver en buiten verband

Sluiten