Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAKELIJK

Staat der rechtheid, het hoog belang van

— als uitgangspunt van alle theologische beschouwing te nemen I, 131; de Roomsche beschouwing van den — I, 132 v.v.

Staats-apotheose, III, 119.

Staatsgodsdienst, III, 150.

Staatkunde, Christelijke — III, 151-158; tweeërlei kenbron voor — III, 158-165; en het Evangelie III, 168; van ongeloovigen III, 166.

Staatssouvereiniteit, III, 72-84, 173.

Stad, Kaïn bouwde een stad II, 548.

Stadsleven, II, 553.

Standen, in de maatschappij, in verband met Kerk en School III, 403.

Statistiek, waarde der — II, 590; in verband met de doodstraf I, 76.

Sterftecijfer, grooter — vóór Zondvloed

I, 284; gelijkmatig II, 590, 592, 599. Stof, draagt geen beginsel van kwaad in

zich I, 138; waarom Adam tot — wederkeerde I, 232.

Stofwisseling, II, 390.

Straf, in organisch verband met de zonde

II, 418; draagt in de Schepping organisch karakter I, 215; — Gods in dit

* leven voorloopig II, 528; de liefde Gods in de Paradijsstraffen I, 230; door Christus voor de geloovigen ten volle gedragen II, 529; de straffen Gods, alhoewel voortvloeiende uit het kwaad, zijn toch straffen I, 214.

Supralapsarisme, II, 87, 99, 122, 125, 611, 648. Zie: Infralapsarisme.

Symboliek, der natuur voor Gods Koninkrijk II, 155; des O. T. 685-689.

Symbool, onderscheiden van type I, 367; het Oude Testament gaf — van het Nieuwe Testament I, 362.

Sympathie, II, 324.

Synagoge, hef onderscheiden karakter der

— III, 212.

T.

Taal, was Adam en Eva ingeschapen I, 179; zij hadden rijke taalontwikkeling I, 176-178; welke — in Paradijs gesproken I, 178 v.v.; in verband met de oorspronkelijke wijsheid I, 179; en het Proefgebod I, 183; organische'ontwikkeling 1, 180; conventioneele stelsel der

— I, 180; beschouwing over — II, 257259; in verband met de spraakverwarring I, 180, 311 v.v.; Pinksterfeest en — I, 181; alle talen uit één grondtaal I, 179; bij natuurvolken arm, bij beschaafde volken rijk I, 177; geen indivi-

REGISTER 475

dueel maar solidair bezit I, 217; moeder — en vreemde — III, 385; is uiting der gedachte I, 182; moeilijkheden om juiste uitdrukking voor geestelijk leven te vinden II, 292; waarom bij dieren geen

I, 192.

Tale Kanaans, I, 363.

Talenwonder, op den Pinksterdag I, 315.

Temperament, variaties van — II, 629.

Thabor, de verandering op — eene vingerwijzing voor Adam's verandering zonder zonde en dood ter heerlijkmaking I, 119; waarin Paradijs en — onderscheiden I, 120; biedt verheerlijking zonder sterven

II, 482.

Theocratie, I, 80; alleen bij Israël geweest

III, 215. Theodicee, I, 136, 219.

Theologie, wordt door de Kerk als organisme beoefend II, 368; schets van de lotgevallen der Gereformeerde — III, 7-11; sinds Brakel ontaard II, 627, 636.

Tijdgeest, II, 27, 408.

Toerekenbaarheid, III, 181 v.v.

Toeval, bestaat niet II, 590-592.

Toorn Gods, in verband met part. genade en gem. gratie II, 420.

Torenbouw, van Babel I, 305 v.v.

Traducianlsme, II, 220, 391, 438.

Transcendentie, II, 382.

Trichotomie, I, 172.

Tucht, in de Kerk II, 285; III, 117.

IL

Uitverkiezing, Het stuk der — niet dan in verband met de Verbondsleer te behandelen I, 6; is grondslag voor persoonlijke zaliging I, 406; de leer der — is het middelpunt der belijdenis I, 5.

Uitvindingen, II, 516, 597.

Universalisme, gevaarlijke zijde van het — I, 376. Zie: Isolement.

Universiteit, noodzakelijkheid der — II, 512.

Universiteit (Vrije), roeping — der III, 198.

Utiliteitsbeginsel, is verwerpelijk I, 77.

V.

Vakopleiding, III, 409, 412.

Val, heeft niet lang na de Schepping plaats gehad I, 169; kwam door de verzoeking I, 191; was in het Paradijs de triomf van het stoffelijke over het geestelijke II, 162.

Sluiten