is toegevoegd aan uw favorieten.

Ontwatering en bevloeiing

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

0

*3

De oorzaken van den gebrekkigen afvoer van het water op die J 31. Oorzaken plaatsen waar natuurlijke ontwatering mogelijk is zijn velerlei, doch van een gebrekkizijn in hoofdzaak terug te brengen tot een viertal, n.1. flen waterafvoer.

1. te geringe*afmetingen van het dwarsprofiel of te hooge ligging van het stroombed;

2. sterke krommingen;

3. aanwezigheid van bepaalde kunstwerken;

4. te lage ligging der te ontwateren gronden, t. o. v. de algemeene hoogteligging van de terreinen in het stroomgebied.

Al naar een dezer oorzaken of meerdere gezamenlijk aanwezig zijn, moet ook de verbetering in de een of andere richting worden gezocht. .

Bij een te geringe afmeting van het dwarsprofiel dient de ver- § 32. Verruibetering in de eerste plaats gericht te zijn op verruiming, hetzij ming van het dan dat dit in de breedte of in de diepte wordt gezocht. profiel.

Soms doet zich echter het geval voor dat het profiel gewoonlijk voldoende afmetingen heeft, en het water slechts zelden en alleen in den winter buiten de oevers treedt, maar dat de geheele waterloop te hoog ligt.

t ig. 27.

In fig. 27 is dit geval schematisch voorgesteld. Links loopt een meer of minder breede wal langs de oever, welke ontstaan is doordat het vuil uit de beek er wordt neergeworpen, zonder dat dit later wordt verwijderd.

Waar dit jaar op jaar gebeurd vormt zich langzaam een dijkje waardoor de afstrooming van het water wordt tegengegaan. Waar

Fig. 38.

een dergelijke verwaarloozing wordt aangetroffen, en deze gevallen zijn niet zoo heel zeldzaam, daar wordt het profiel meest langzamerhand ondieper t. o. v. de normale terreinhoogte, al wordt wellicht de schijnbare diepte aangehouden of vergroot.