is toegevoegd aan je favorieten.

Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CALK.

303

ongelijcheit der natuere zeeden, ende manieren van sommeghe predicanten bij,ons, ende oock der ghemeinte die ellecander qualick konnen leeren kennen oft ten minsten qualick connen tot ellecanderen accommodeeren." Treurig, meende het Sandwichsche consistorie, zou het zijn, indien, tengevolge daarvan, de gemeente zou ten ondergaan, en daarom stelde het voor „oft tot preseruatie onser kercke niet becommelick en ware dat onsen zeer lieuen ende welbeminden broeder Mr. Georgius Sylvanus, die den meesten deele onser ghemeinte alhier so ghedient ende ghekent heeft, soo oock can hem in zulker wijse waer doore de menschen te winnen zijn gherechtlick voughen, hem mochte hier toe imploijeren, ende dat onsen Broeder Isebrandus aldaer bij vlieden in zijner plaëtse mochte commen ende dienen, het welck so het geschieden conde, so souder (emmers onses bedijnckens) gheduerghe weluaert so in vlieder so in onser Kercke moghen noreeren, waerom ons ernstich versouck ende begheerte es dat ghij hier in vlieden vuterste deuvoor, ende nersticheit doen wilt op dat zij beide so Isbrandus so Sylvanus hem hier toe mochten bewilIeghen, zult oock God ende zijner ghemeinte hier (zo ghij het becommen cont) grooten ende zonderlinghen dienst doen." Van de ruiling is niets gekomen, maar dat hij er weggegaan is, is een feit en dat wel ten gevolge de oneenigheid, die er, terwijl hij daar predikant was, tusschen hem en de gemeente was ontstaan1).

Op de vraag, waarheen Balk getrokken is, nadat hij Norwich verlaten had? moet geantwoord worden, naar Maidstone. In een brief, toch den j sten Juli 1572, door het consistorie dezer gemeente geschreven naar Londen (Hessels; //. T. HL pars I. fo. 170 en 171), wordt ons gezegd, dat twee broeders uit Sandwich aldaar gekomen waren, „met brieven an onsen broeder Dominum IJsbrandum Balkium, nv ter tijt by ons inden worde des Heeren dienende, dat die Consistorie van Sandwijts hem begheeren om voor eenen tijt haerlieden in ghelijcken dienst des worts bij te staene, waerdoor wy gheen cleyne zwaricheyt in dese onze ghemeente zien, die God lof nv tot vrede ende eenicheyt haer alzo doir zynen arbeyt begheuen heeft, dat zo verre hy by ons hadde moghen blyuen zo langhe de zake Nicasy eens oft anders gheweest hadde, wij twijfelen niet de Keircke alhier zoude teenemael van alle twist ende oneenicheyt, van alle erreuren ende dwalynghe Nicasy ghevryt hebben gheworden, die wy vreezen dat doir zijn vertrecken weder doir die veranderynghe des dienaers zoude mogen ontstaen."

Duidelijk wordt ons hier dat Balk te Maidstone gekomen is in plaats van Nicasius van der Schuere en dat hij er met zegen werkzaam was, reden waarom men hem behouden wilde. Dan hoe erg het ook was, hem te moeten missen, lettende op den nood der kerk te Sandwich, zoo wilde toch het consistorie van Maidstone hem laten trekken. Wat in deze moeilijke omstandigheden moest gedaan worden, werd te Londen gevraagd. Oordeelde het consistorie d. t. p. dat Balk naar Sandwich behoorde te vertrekken, dan zou men afstand van hem doen, maar dan diende men er ook voor te zorgen, dat in zijn plaats, weer een geschikt persoon te Maidstone kwam. Ongetwijfeld is het advies van het Londensche consistorie geweest, dat Balk naar Sandwich moest gaan, en zeker is hij nog in 1572 derwaarts

I) cf. Reitsma en v. Veen; //. dl. II. blz. 190: „Desgelijcken ys geschiet in de kercken te Norwitz in Engelandt, daer Isbrandus, Theophilus ende Antonius affgestelt ende op andereplaetsen, daer sy met frucht gedient hebben ende dienen, getransfereert sijn." cf. Hessels: 11. T. II. P. 359.